|
Informatie verzamelen
10 punten |
De antwoorden op jullie opdrachtformulier kloppen.
Jullie hebben veel verschillende informatiebronnen
geraadpleegd. De geraadpleegde bronnen hoorden
duidelijk bij jullie opdracht.
|
De meeste antwoorden op jullie opdrachtformulier
kloppen.
Jullie hebben enkele informatiebronnen geraadpleegd.
Niet alle geraadpleegde bonnen hoorden bij jullie
opdracht. |
De antwoorden op jullie opdrachtformulier kloppen
niet.
Jullie hebben geen enkele bron geraadpleegd.
|
|
Werkstuk
40 punten |
Jullie werkstuk bevat de voorgeschreven onderdelen
en jullie hebben hier op de juiste volgorde aan
gewerkt. Plaatjes worden goed gebruikt zodat alles
nog duidelijker wordt.
De routebeschrijving is duidelijk en op een heldere
manier opgenomen in de folder.
De betekenis en functie van de gebouwen worden
duidelijk omschreven.
Alle belangrijke informatie is
terug te vinden.
|
Jullie werkstuk bevat de voorgeschreven onderdelen.
De volgorde van werken klopte niet altijd.
Er worden
te weinig plaatjes gebruikt.
De routebeschrijving is redelijk/niet zo duidelijk
en het is redelijk/niet zo helder opgenomen in de
folder.
De betekenis en de functie van de gebouwen
worden redelijk duidelijk omschreven.
Niet alle
belangrijke informatie is terug te vinden.
|
Jullie werkstuk bevat niet de voorgeschreven
onderdelen.
Jullie hebben er niet in de juiste
volgorde aan gewerkt.
Er worden nauwelijks of geen
plaatjes gebruikt.
De routebeschrijving is onduidelijk en niet logisch
opgenomen in de folder.
De betekenis en de functie van de gebouwen worden
niet duidelijk omschreven. De belangrijke informatie
is niet goed terug te vinden. |
|
Taalgebruik
20 punten |
Jullie gebruiken taal die voor andere kinderen goed
te begrijpen is.
Bij het werkstuk zijn er (bijna)
geen spelfouten en de zinnen en alinea’s kloppen.
Jullie gebruiken hoofdletters, punten en komma’s.
De routebeschrijving is logisch opgebouwd en goed te
volgen. |
Jullie gebruiken taal die meestal voor andere
kinderen goed te begrijpen is.
Af en toe maak je
gebruik van ingewikkelde zinnen of vergeet je
stukken van een zin.
De spelling is niet altijd
correct.
Leestekens ontbreken soms.
De zinnen zijn
niet altijd correct geformuleerd.
Bij de routebeschrijving niet altijd logisch
opgebouwd of niet altijd goed te volgen.
|
Jullie gebruiken taal die voor andere kinderen veel
te moeilijk is of die jullie letterlijk uit een bron
hebben overgenomen.
Er zijn veel spellingsfouten en
slechtlopende zinnen. Jullie gebruiken nauwelijks of
geen leestekens.
Bij de routebeschrijving is niet logisch opgebouwd
en niet goed te volgen |
|
Samenwerking
20 punten |
De taken waren heel goed verdeeld.
Er werden goed gepland en duidelijke afspraken
gemaakt.
Er werd op tijd en goed met elkaar overlegd. De
kinderen konden dit zelfstandig regelen.
|
De taken konden beter verdeeld worden. Niet iedereen
deed evenveel.
De planning en de afspraken waren niet zo duidelijk.
Het overleg had beter gekund. Het groepje had af en
toe hulp nodig van een leerkracht.
|
Onduidelijk was wie wat zou gaan doen.
Er werd niet gepland en de afspraken waren niet
duidelijk.
Overleg was er nauwelijks of jullie konden het maar
niet eens worden. Het groepje had veel hulp nodig
van een leerkracht.
|
|
Lay-out van het werkstuk
10 punten |
De vormgeving is goed.
De verhouding tussen tekst en
beeld is goed verdeeld. Het verschil tussen
informatie over de gebouwen en routebeschrijving is
duidelijk.
De folder is logisch ingedeeld. |
De vormgeving ziet er redelijk goed uit.
De
verdeling van de plaatjes is niet evenredig. Het
verschil tussen informatie over de gebouwen en
routebeschrijving is niet zo duidelijk.
De folder is
niet altijd logisch ingedeeld.
|
De vormgeving ziet er niet netjes uit.
Er zijn
teveel of te weinig plaatjes gebruikt.
Het verschil
tussen informatie over de gebouwen en de
routebeschrijving is niet duidelijk.
De folder is
niet logisch ingedeeld.
|