Welk beroep beoefende de Boekelnaren vroeger veelal?
Rond 1700 was Boekel waren de inwoners van Boekel bijna allemaal boer. Er waren toen ook veel inwoners die als imker werkten. Om aan genoeg land voor de boeren te komen, werden grote stukken land rondom Boekel ontgonnen. Maar rond de 18e eeuw ontstond er een tekort aan landbouwgrond. Pastoor Wijnants schrijft in 1739 dat er "veele hollandtgaenders van vrou- en manspersoonen" zijn "die lichtmis (= 2 februari) alle jaehr vertrecken ende in november weerkoomen." Men ging dus gedwongen naar het westen om daar geld te kunnen verdienen.
In 1846 werd Boekel getroffen door de aardappelziekte. Veel boerengezinnen moesten naar de Verenigde staten verhuizen. In 1850 waren van de 221 naar de Verenigde Staten verhuisde Brabanders er maar liefst 56 afkomstig uit Boekel (en 77 uit aangrenzende gemeenten). De aardappelziekte had dus een grote invloed gehad op het inwonersaantal van Boekel.
De achtergebleven inwoners zagen toen het belang in modernisering. Voorbeelden hiervan zijn de verschillende wegen die zijn aangelegd naar omringende plaatsen zoals Erp, Gemert-Asten en Volkel.
In het gemeenteverslag van 1876 staat duidelijk vermeld welke ambachten (beroepen) er te vinden waren in Boekel. Zo was er één bierbrouwerij, één kuiperij (bedrijf dat houten vaten maakt), één leerlooierij (bedrijf dat leer maakt) en één waskaarsenmaker. Verder waren er twee huisschilders, elf katoenweverijen, tien linnenweverijen, vijf schoenmakerijen, vijf smederijen, twee tabaksververijen en negen timmerlieden.
Vanaf 1920 werd er op grote schaal gebied ontgonnen. Hieruit kun je concluderen dat het de steek goed ging met de streek.
In de Tweede Wereldoorlog werd de economische groei, net zoals in heel Nederland, erg gedrukt. Toch zijn Boekel en Venhorst de oorlog redelijk goed doorgekomen: zij hebben niet veel last gehad van de verwoestingen van de oorlog.
Van 1947 tot 1960 vertrokken ontzettend veel Nederlanders naar andere landen om daar een nieuw en hopelijk beter bestaan op te bouwen. Uit Boekel vertrokken zo ook 300 inwoners. De meeste van hen gingen naar Canada.
In de periode na 1945 groeiende het inwonersaantal van Boekel erg hard. De boerenstand ging verder grotendeels over op de intensieve veehouderij. Dit betekent dat zij boerenbedrijven begonnen met veel dieren.
Welke boterfabrieken waren er in Boekel
Boter- en
kaasfabriek ‘De Boterbloem’
In 1912 werd in
Boekel de stoomzuivelfabriek ‘De Boterbloem’ opgericht. In
die tijd ontstonden er veel van dit soort fabriekjes. De
naam is opmerkelijk want het was in die tijd gewoon dat een fabriek of
bedrijf vernoemd werd naar een heilige. Boter was in die tijd een
bloeiende handel. Er werd veel boter verkocht en men verdiende er goed
aan. Tot 1912 heeft er in Boekel ook een botermarkt bestaan. In de jaren
1927, 1948 en vooral in 1951 vonden er grote veranderingen plaats. In
1951 werd van ging men kaas maken in plaats van boter. De boterfabriek
werd toen dus een kaasfabriek. In 1996 werd de fabriek afgebroken om
plaats te maken voor woonhuizen.
Boterfabriek ‘De Kroon’
In 1883 werkten een
aantal leden van de toenmalige ‘Boekelse Landbouwclub’ samen
om een boterfabriekje te beginnen. De boterfabriek werkte op
handkracht. Tot 1900 werd het fabriekje gebruikt, toen werd
een nieuwe fabriek gebouwd met de naam ‘Coöperatieve
Boterfabriek De Kroon’.
De oudste
handkracht-boterfabriek van Nederland
Boekel heeft het
oudste handkracht-boterfabriekje van Nederland. Het is
gebouwd in 1899. Het eeuwenoude gebouwtje wordt momenteel
afgebroken zodat het opnieuw opgebouwd kan worden in het
Boerenbondsmuseum in Gemert.
Internetbron: Boter in Boekel
Nog een
WebQuest / WebKwestie doen?
Surf naar www.webkwestie.nl
Als u op- of
aanmerkingen heeft.
Wanneer u merkt dat er websites het niet doen.
Mail deze naar de webkwestiemaker. Klik
daarvoor hier