VERWERKING
Per groepje krijgen jullie vijf foto’s van oude gebouwen in Boekel. Jullie
moeten onderzoeken of deze gebouwen er nu nog staan en waarvoor ze vroeger
gebruikt werden. Waar worden gebouwen nu voor gebruikt?
Om jullie zoektocht naar de antwoorden gemakkelijker te maken, hebben we een opdrachtformulier
gemaakt met vragen. Hierop staan vragen over het gebouw. Als je deze vragen
beantwoord hebt, weet je al veel meer over het gebouw. Je kunt er natuurlijk
altijd nog vragen bij bedenken.
Bij het kopje 'Bronnen' (links op het scherm) kun je lezen waar je de
antwoorden kunt vinden.
Hier zijn alle opdrachten op een rijtje:
- Beantwoord de vragen op het opdrachtenformulier. Je kunt informatie vinden
op deze site en in boeken over Boekel. Je kunt ook vragen stellen aan jouw
ouders, je opa en oma, je buurman of je buurvrouw.
- Bedenk wat je over het gebouw wil vertellen. Wat zouden toeristen
interessant vinden om te weten? Welke woorden kun je gebruiken om de tekst
extra leuk te maken?
- Schrijf de teksten die bij de vijf gebouwen horen in het klad. In de tekst
vertel je waarvoor het gebouw vroeger gebruik werd en waarvoor het nu
gebruikt wordt. Als het gebouw gesloopt is, vertel je alleen waarvoor het
gebouw vroeger gebruikt werd.
- Als je de teksten goed hebt nagekeken, schrijf je het in het net. Als je
op jouw school genoeg computers hebt, kun je de tekst ook typen.
- Zoek foto’s of plaatjes die goed bij de tekst passen. Let op dat deze
niet te groot zijn.
- Bedenk een route die langs de vijf gebouwen komt. Het maakt niet uit of de
route lang of kort is. Je kunt de route tekenen op een kaartje, maar je kunt
ook een routebeschrijving geven. Dit kun je bijvoorbeeld zo doen: ‘Bij de
rotonde ga je links. Je bent dan in de …straat’.
- Als je de teksten, de foto’s en de route af hebt, ben je klaar om de
folder te gaan maken. Je moet eerst bedenken hoe jullie folder eruit moet
komen te zien. Moet het een boekje worden of een gevouwen folder?
- Je kunt de tekst en de route op drie manieren in de folder zetten:
- De routebeschrijving en de informatie in één
verhaal.
Voorbeeld:
'Ga bij de rotonde links. Aan
de linkerkant van de straat zie je het gemeentehuis. Het gemeentehuis
werd gebouwd in 1930.
(Nu schrijf je alle informatie die je hebt over het gemeentehuis op).
Na het gemeentehuis ga je rechtdoor.
Op het einde van de straat ga je rechts.’
- De routebeschrijving in een kaart.
Op de kaart kun je de belangrijke gebouwen met een cijfer aangeven. Op
de achterkant van de folder kunnen de toeristen dan meer lezen over het
gebouw.
- De routebeschrijving en de informatie apart.
Op de voorkant van de folder leg je de route uit.
Voorbeeld:
‘Ga bij de rotonde link. Hier zie je
gebouw 1.
Op het eind van de straat ga je rechts. Loop door tot aan de t-splitsing.
Op de achterkant van de folder geef je informatie over de gebouwen.
Bijvoorbeeld:
‘Gebouw 1: het gemeentehuis. Het
gemeentehuis werd gebouwd in 1930…’
- Als je besluiten hebt genomen over stap 5 en 6, kun je beginnen aan
je folder. Zorg ervoor dat je voldoende papier hebt zodat je alle tekst
kwijt kunt. Zorg dat je netjes aan de folder werkt, je kunt het namelijk
niet overnieuw doen.
|