INLEIDING

 

 

 

‘Vijftien miljoen mensen op dat hele kleine stukje aarde, die schrijf je niet de wetten voor, die laat je in hun waarde’

Een regel uit een reclamesong die je vast wel kent. Volgens dit liedje zijn de Nederlanders van nu erg vrijgevochten en hebben ze er een hekel aan dat iemand hun regels oplegt. Van jong tot oud heeft iedereen recht op een eigen mening.

 

Vijftig jaar geleden was dit heel anders. Mensen keken toen veel meer op tegen het gezag van de overheid, de kerk, ouders en docenten. In de jaren vijftig begon dit langzaam te veranderen, doordat sommige jongeren zich begonnen af te zetten tegen de leefwijze van hun ouders. In Nederland werden deze jongeren nozems genoemd. Dit was het begin van de protestgeneratie: groepen jongeren die zich afzetten tegen de gevestigde orde.  De jaren ’60 waren de start van een tijd waarin de jeugd iets had te vertellen en meer serieus genomen werd. In deze tijd richtten jongeren zich op nieuwe idealen en alternatieve vormen van samenleven. Provo’s en hippies zijn bekende groepen uit die tijd. In de jaren ’70 sloeg het idealistische vooruitgangsgeloof om in pessimisme, onder invloed van dreigende economische crisis. Het wij - gevoel van de jaren zestig maakte plaats voor het ik - tijdperk dat in de jaren zeventig begon. Jongeren waren niet meer zo idealistisch en wilden het vooral gezellig hebben. Het was de tijd van massacultuur zoals disco, maar er waren ook subculturen als bijvoorbeeld punk. 

 

Bedoeling van deze opdracht is om de stof uit je boek (hoofdstuk 7, paragrafen 1 t/m 4) in een presentatie samen te vatten en die presentatie van illustraties met beeld en geluid te voorzien. De informatie ga je door middel van gerichte zoekopdrachten van het internet afhalen. Doel is om de stof door middel van een boeiende presentatie tot leven te brengen.

Je gaat deze opdracht in een groepje met 3 medeleerlingen uitvoeren.

 

Ga nu eerst verder naar ‘opdracht’.

meer webkwesties op:

www.webkwestie.nl