M’n oren
’t Zijn
prachtige oren die ik bezit
ze staan echt geweldig naast m’n valse gebit.
Ze zijn niet te groot, niet te flapperig, niet te klein
En als brilpootdragers doen ze het echt fijn.
Ik beschik ook over adembenemend mooie lellen,
Met twee speelse gaatjes voor de meest fraaie bellen.
Twee dotten van oren, ik meen’t: perfect!
Nooit pijn aan gehad, er heeft er nooit een gelekt
M’n kop kan met die dingen gewoon niet completer.
Eén klein probleempje: Ze werken voor geen meter
…Ik weet niet precies wat er aan schort,
Maar ’t feit ligt er: ze horen te kort.
Niet ernstig, ik kan er de honderd mee halen,
En twee apparaten kan ik ook wel betalen,
Maar ik zit nu wel met een enorme frustratie,
Van’t beperkt zijn in m’n communicatie.
Gesprekken voeren zonder enig verweer,
Zonder vragen, zonder antwoord. Wat zei u ook alweer?
Een schaterlach brengen in plaats van een traan.
Fronsende blikken: weer verkeerd verstaan.
Ze is niet goed snik, een draadje zit los…
Slechthorend verdorie, dan ben je de klos.
‘k heb twee prachtige oren, ze staan me echt geinig,
maar tot m’n grote verdriet horen ze veel en veel te weinig
geschreven door: Anne- Nita
Wagemaker-Numeijer
Nieuwsgierig geworden over het gehoor? Klik op "inleiding"
bovenin.
|