Weekdieren hebben
een heel week lichaam, maar de meeste hebben schelpen die voor bescherming
zorgen. Denk maar aan de slak met zijn huisje en aan de mossel die met
2 schelpen door het leven gaat.
Ook zijn er weekdieren
waarvan de schelp binnenin het lichaam zit. Dat is het geval bij vele
inktvissoorten. Hun schelp vind je soms op het strand. Het is een dunne
kalkachtige plaat die men ook wel 'zeeschuim' noemt.
Maar er bestaan
ook weekdieren die helemaal geen schelp hebben, zoals octopussen en naaktslakken.
Zij beschermen zich op een andere manier tegen hun vijanden.
Waar
komen de lege schelpen op het strand vandaan?
Schelpdieren
die langs de kust leven, hebben een zwaar bestaan. Ze voeren een voortdurend
gevecht tegen de golfslag en de branding.
Als het water
zich bij eb terugtrekt, graven de diertjes zich in het zand in en sluiten
ze hun schelp. Op die manier drogen ze niet uit. Maar sommige zijn niet
vlug genoeg en vallen ten prooi aan zeevogels. Deze pikken het diertje
uit de schelp, die leeg achterblijft.
(tekening van Anita Engelen)
Kunnen mossels zwemmen?
Tweekleppige dieren, waartoe ook de mossels behoren, zijn
niet echt uitgerust om te zwemmen. De meeste leven immers op de bodem
en hebben een voet om zich in te graven of om sprongen mee te maken.
Mossels leiden zelfs een zittend bestaan. In hun voet
zit een klier die een groot aantal taaie draden kan afscheiden. Die draden
verharden in het zeewater en vormen een bundel die men baard noemt. Met
die baard hecht de mossel zich vast aan de rotsen.
(tekening van Anita Engelen)
- Kokkel
- Nonnetje
- zaagje
- venusschelp
- tapijtschelp
- zwaardschede
- boormossel
- gewone mossel