|
- Uw werkgroep bepaalt een of meerdere onderwerpen die mogelijk te gebruiken
zijn bij de internetopdracht. Uw uitgangspunt is dat deze opdracht moet
passen binnen de huidige lesstof of (een deel van) de lesstof m.b.t. dat
onderwerp vervangt.
- Alle onderdelen die hieronder aan de orde komen, worden op aparte pagina's
beschreven.
Bij voorkeur in een programma dat webpagina's kan maken.
De verschillende web-pagina's moeten middels met zogenoemde
"bladwijzers" of "hyperlinks" te benaderen zijn.
Middels een duidelijke inhoudopgave (overeenkomend met degene die u
hiernaast ziet) moet de leerling de pagina's makkelijk kunnen oproepen.
U mag hier zogenoemde templates voor gebruiken die te vinden zijn op:
webkwestie.nl
 |
- Via diverse internet zoekmachines bepaalt u welke websites voor de
leerlingen geschikt zijn om bij de opdracht. U noteert naam en bijbehorend
webadres.
In het onderdeel "infobronnen" noteert u deze webnamen en maakt u
een aanklikbare link naar deze infobron.
|
- U schrijft een korte "inleiding"
waarin u de (groep) leerling(en) geïnteresseerd maakt voor het onderwerp en
waarbij u de leerling(en) een bepaalde rol geeft. Dat kan bijv. zijn:
journalist, onderzoeker, schrijver, enz. enz.
- Vervolgens noteert u in het onderdeel "opdracht"
wat de leerling(en) moeten gaan doen. Vergelijkbaar met uw eigen
"opdracht".
- Bij "verwerking" geeft u
heldere en duidelijke instructies aan de leerling(en) wat er precies gezocht
wordt en op welke manier het op papier moet komen te staan.
"Op papier" moet u niet al te letterlijk nemen:
- U kunt ook aangeven dat de informatie rechtstreeks in Word moet worden
verwerkt.
U kunt hiervoor een voorbeeldblad ter beschikking stellen, zodat deze
door anderen te downloaden is.
- Ook is mogelijk dat de leerlingen de informatie in een spreekbeurt
verwerken
- Maar het maken van een creatief werkstuk is ook mogelijk.
- Wellicht kan er op school gebruik gemaakt worden van een beamer en
powerpoint.
- Onder "infobronnen" noteert u de namen van de websites die u
voor de leerlingen geselecteerd hebt. Deze infobronnen moeten aanklikbaar
zijn.
De hoofdmoot van de informatie moet via internet te vinden zijn. U mag
ook aangeven dat bepaalde informatie ook in de (school)bibliotheek gevonden
kan worden.
- Bij de "beoordeling" geeft u
aan waarop gelet zal worden. In totaal kunnen de leerlingen 100 punten
verdienen. Deze zijn verdeeld over verschillende categorieën. In elke
categorie geeft u aan wanneer iets "goed", "voldoende"
of "onvoldoende" is.
Kijk links bij uw eigen "beoordeling" hoe de opzet is.
Ook de mate van samenwerking e.d. kunnen in de beoordeling worden opgenomen.
- Bij het item "afsluiting"
vertelt u de leerling(en) wat ze met deze opdracht geleerd hebben, mits ze
deze voldoende hebben afgesloten.
- Onder de kop "leerkracht"
geeft u bijvoorbeeld voor uw collega's aan:
- voor welke groep(en) de opdracht bestemd is.
- welk(e) vakgebieden het betreft.
- waar de zwaartepunten van de opdracht liggen.
- ................
Het is soms handig de gehele "webkwestie" in Word te verwerken,
zodat deze door de leerkracht te downloaden is en de opdracht kan uitprinten
en rustig kan doorlezen.
Soms is deze werkwijze ook voor kinderen handig. Ze kunnen dan de opdracht
in hun map steken, zodat ze ook zonder computer er aan kunnen werken.
Tevens noteert u bij "leerkracht"
wie de webkwestie heeft gemaakt.
Voor meer informatie over dit onderdeel kijk bij: de bouwstenen voor een
webkwestie op:
verwerking
op www.webkwestie.nl
(voor nog meer informatie en voorbeelden)
|