Afbeelding van OpenClipart-Vectors via Pixabay

Verwerking

Kies een dier uit waar je de volgende opdrachten over gaat maken. Lees deze eerst door. Als je denkt dat je dat kunt, vraag je aan de leerkracht of je de opdrachten over dit dier mag beginnen.

De informatie die je hebt gevonden, noteer je op een blaadje of in dit Word-blad. (Klik hier om te downloaden)

  1. Hoe wordt het dier genoemd? Pas op, want soms heten dieren net even anders dan we normaal gewend zijn. Bijvoorbeeld: "uil". Als je dit dier zou kiezen moet je wel aangeven om wat voor soort uil het gaat, want er zijn veel verschillende. Denk maar eens aan: kerkuil, sneeuwuil, steenuil, ransuil, velduil en oehoe.
    Mocht je toevallig ook de Latijnse naam van het dier tegenkomen, dan noteer je die ook.

  2. Waar (bijv. in welk land of welke landen) leeft het dier normaal?

  3. In wat voor een soort omgeving leeft het dier normaal? Beschrijf die omgeving.
    Bijvoorbeeld: in het oerwoud in de bomen f bij de Zuidpool op de sneeuw f in zout water in de buurt van Europa.

  4. Wat eet het dier? Op welke manier verzamelt het dier zijn eten?

  5. Op welke manier beschermt het dier zich tegen vijanden?

  6. Zoek foto's of plaatjes op van het dier.

  7. Maak een korte beschrijving van het dier. Daarin vermeld je minstens:

    1. Hoe groot het dier is.

    2. Hoe zwaar het dier meestal is.

    3. Welke kleur(en) het heeft.

    4. Hoe oud het dier normaal wordt.

    5. Hoeveel jongen het dier per keer meestal krijgt.

    6. Of het dier alleen leeft f in paren f in grote groepen samen.

    7. Nog andere bijzondere zaken over het dier.

  • Maak een eigen tekening van het dier. Dat mag op papier, maar ook met de computer (als je dat kan). Als je een tekening maakt, moet hij daarna gescand worden en bewaard worden.  De tekening mag niet groter zijn dan 9 cm breed en 14 cm hoog. Probeer eens creatief te zijn. Maak er iets moois van.

  • Met de informatie die je nu hebt, maak je een informatieblad voor de nieuwe dierentuin op n A-viertje in Word. De tekst moet tussen de 10 en 15 zinnen lang zijn. Op het blad moet ook de tekening zitten. Die mag je er met lijm op plakken, maar als je het kan mag je hem ook rechtstreeks in de computer kopiren.

  • Geef een korte spreekbeurt in de klas over het dier. Hang daarna het blad op in de klas.

 

Vorige Start Volgende

  
 
meer webkwesties zijn te vinden op:
www.webkwestie.nl
Heb je op- of aanmerkingen ter verbetering van deze webkwestie?
Zijn er links die niet werken?
Geef het even door. Klik daarvoor hier.

Creative Commons-Licentie
Dit werk valt onder een Creative Commons
www.webkwestie.nl is een website voor alle onderwijssoorten zonder winstoogmerk.
Er is geprobeerd rechtenvrij (beeld)materiaal te gebruiken en/of (beeld)materiaal te gebruiken voor niet-commercieel gebruik.
Mocht u desalniettemin materiaal zien waar auteursrecht op rust, laat het ons dan weten. Er wordt z.s.m. op gehandeld.