DE MIJTER
Vanaf de twaalfde eeuw mochten kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders als bisschoppen en abten zich ook met zo'n pauselijk hoofddeksel vertonen. Een mijter bestaat uit twee spits toelopende vlakken die wel iets van een vijfhoek hebben. Ze zijn aan de onderkant met elkaar verbonden. Officiële mijters hebben aan de achterzijde nog twee flappen, maar die ontbreken bij buurmijters meestal. Een mijter hoort voorzien te zijn van twee versierde banden in de vorm van een omgekeerde T. In de praktijk wordt hier vaak van afgeweken, zoals iedereen weet hoort een echte Sinterklaasmijter voorzien te zijn van een kruis van goudgalon! |
|
|