|
Wat moet je doen?
- Je zoekt een maatje die met jou deze opdracht wil doen.
- Je zoekt een plaats rond de school, die jullie willen gaan onderzoeken.
- Je noemt deze plek, en beschrijft welke bomen/ planten er groeien.
- Je neemt bakjes mee, en gaat ook op zoek naar kleine beestjes die daar
leven.
- Deze doe je, samen met wat van hun leefomgeving (bladeren, gras, zand,
water enz.) in een bakje.
- Daarna ga je jouw plek namaken. Je krijgt een grote plastic bak, waar je
de beestjes in kan doen.
Je kan hier natuurlijk ook planten en delen van
bomen in zetten.
- Je maakt daarbij een handleiding (een boekje) van alle dieren en planten
die je hebt gevonden.
- Je beschrijft hoe ze eruit zien en hoe ze heten.
Hierbij zet je ook plaatjes, als voorbeeld.
Dit kun je doen in een tekstverwerker.
- Wanneer hiermee klaar bent, laat je de meester of juf bekijken of het goed
is gedaan.
|
 |
|
Nog wat tips, en onderwerpen die je in je werkstuk kunt behandelen:
Wanneer je het over dieren, planten of bomen hebt:
|
|
- Naam
- Waar leeft het?
- Hoe leeft het?
- Wat eet/drinkt het?
- Wat heeft het nodig om te kunnen leven?
- Heeft het ook vijanden?
- Welke?
- Enz.
|
 |
|