| Titel: |
Zuid-Afrika: Nederlands aan de andere kant van de wereld? |
| Onderwerp: |
Sporen van Nederlands in Zuid-Afrika |
| Omschrijving: |
Leerlingen ontdekken in deze webkwestie hoe taal, geschiedenis en cultuur Nederland en Zuid-Afrika met elkaar verbinden. Ze onderzoeken Afrikaanse woorden, de komst van de VOC aan de Kaap, de vele talen van Zuid-Afrika en herkenbare plaatsnamen op de kaart. |
| Uitvoering door: |
1 leerling(en). |
| Tijdsinvestering: |
4 uur. |
| Wat wordt er gemaakt: |
- Een Afrikaans-Nederlands woordenlijstje
- Een korte taalvergelijking
- Een voorbeeld van een valse vriend
- Een historische tijdlijn
- Een talenoverzicht van Zuid-Afrika
- Een kleine reisgids van Zuid-Afrika
- Een eindantwoord op de hoofdvraag
|
| Leerniveau(s): |
Basisonderwijs: groep 7, groep 8, Plusklas | Voortgezet onderwijs: Havo1, Vwo1 |
| Vakgebieden: |
aardrijkskunde, geschiedenis, verrijking |
| Leerpunten: |
- Na deze webkwestie weet de leerling:
- dat Afrikaans verwant is aan het Nederlands
- De leerling ontdekt dat veel Afrikaanse woorden op Nederlandse woorden lijken en begrijpt dat Afrikaans is ontstaan uit het Nederlands dat vroeger aan de Kaap werd gesproken.
- dat talen kunnen veranderen
- De leerling ziet dat Afrikaans een eigen taal is geworden, met andere spelling, eenvoudigere werkwoordsvormen en invloeden uit andere talen.
- waarom Nederlanders naar de Kaap kwamen
- De leerling leert dat de VOC in 1652 bij de Kaap een verversingspost gebruikte voor schepen op weg naar Azië.
- welke rol Jan van Riebeeck, de VOC en Kasteel de Goede Hoop speelden
- De leerling begrijpt dat deze onderdelen belangrijk zijn voor de Nederlandse invloed in Zuid-Afrika.
- dat Zuid-Afrika veel meer is dan alleen Afrikaans of Nederlandse sporen
- De leerling ontdekt dat Zuid-Afrika een land is met veel talen, bevolkingsgroepen, culturen en een ingewikkelde geschiedenis.
- wat apartheid, Nelson Mandela en de Regenboognatie betekenen
- De leerling leert waarom Mandela belangrijk was en waarom Zuid-Afrika vaak wordt gezien als een land waarin veel verschillende groepen samenleven.
- dat geschiedenis zichtbaar blijft in plaatsnamen en landschappen
- De leerling herkent Nederlandse of Afrikaanse sporen in plaatsnamen zoals Stellenbosch, Kaapstad, Franschhoek, Johannesburg en Oranjerivier.
- dat je informatie uit bronnen moet vergelijken en in eigen woorden verwerken
- De leerling oefent met zoeken, selecteren, samenvatten en kritisch nadenken over informatie.
|
| Extra materialen: |
Geen |
| Auteur: |
John Demmers |