Werkwijze
In deze verwerking ga je op onderzoek uit. Je ontdekt waarom Zuid-Afrika soms verrassend vertrouwd klinkt,
terwijl het land aan de andere kant van de wereld ligt.
Je werkt aan vier deeltaken. Elke taak helpt je om een ander stukje van het verhaal te begrijpen.
Je kunt hier een werkblad downloaden:
Als je je werk inlevert bij je leerkracht, is het handig om te weten waarop je wordt beoordeeld. Klik op "5. Beoordeling" om dat precies te bekijken. Daar vind je een rubric: een beoordelingstabel waarin staat waar je leerkracht op let en hoeveel punten je per onderdeel kunt verdienen. Je kunt de rubric ook zelf gebruiken om je werk alvast te controleren.
Klik op een taak om er meteen naartoe te gaan:
Taak 1: De reis van de woorden
Je onderzoekt Afrikaanse woorden die op Nederlandse woorden lijken en ontdekt waarom sommige woorden zo logisch klinken.
Taak 2: Sporen in de Kaap
Je reist terug naar 1652 en ontdekt waarom Nederlanders aan de Kaap kwamen.
Taak 3: Een land van veel talen
Je ontdekt dat Zuid-Afrika veel meer is dan Afrikaans alleen: het is een land met veel officiële talen.
Taak 4: De reisgids-check
Je zoekt op de kaart naar plaatsen met Nederlandse of Afrikaanse sporen en maakt er een kleine reisgids van.
Taak 1: De reis van de woorden
Wat ga je onderzoeken?
Afrikaans lijkt soms erg op Nederlands. Dat is niet toevallig. Afrikaans is ontstaan uit het Nederlands dat vroeger door kolonisten aan de Kaap werd gesproken. Later veranderde die taal. Er kwamen ook woorden en invloeden bij uit andere talen.
Daardoor werd Afrikaans een eigen taal. Toch kun je als Nederlander veel Afrikaanse woorden nog steeds een beetje begrijpen.
Kijk maar eens:
| Afrikaans | Nederlands | Waarom is dit woord logisch? |
|---|---|---|
| hysbak | lift | Een lift “hijst” je omhoog. |
| moltrein | metro | De trein rijdt onder de grond, net als een mol. |
| zweetstokkie | deodorant of geurroller | Je gebruikt het tegen zweet. |
| rekenaar | computer | Een computer kan rekenen. |
| skool | school | Dit lijkt bijna hetzelfde. |
| piesang | banaan | Dit woord komt niet uit het Nederlands, maar uit een andere taal. |
Sommige woorden lijken dus heel logisch. Andere woorden lijken op Nederlands, maar zijn net anders geschreven. En soms kom je woorden tegen die helemaal niet uit het Nederlands komen.
Taak 1 - opdracht 1: zoek Afrikaanse woorden
Zoek minimaal tien Afrikaanse woorden op.
Maak daarna zelf een tabel zoals hieronder:
| Afrikaans woord | Nederlandse betekenis | Waarom vind je dit woord opvallend, logisch of grappig? |
|---|---|---|
| hysbak | lift | Het lijkt alsof de lift je omhoog hijst. |
| moltrein | metro | Een mol leeft onder de grond; een metro rijdt onder de grond. |
| ... | ... | ... |
Kies uit jouw lijst daarna vijf woorden die jij het leukst, grappigst of opvallendst vindt. Schrijf bij die vijf woorden een korte uitleg.
Gebruik daarbij deze vragen:
- Lijkt het woord op een Nederlands woord?
- Kun je de betekenis raden?
- Bestaat het woord uit twee herkenbare stukjes?
- Is het Afrikaanse woord duidelijker dan het Nederlandse woord?
- Vind je het woord grappig? Waarom?
Taak 1 - opdracht 2: vergelijk de grammatica
Afrikaans heeft vaak eenvoudigere werkwoordsvormen dan Nederlands.
Vergelijk de zinnen hieronder:
| Nederlands | Afrikaans |
|---|---|
| ik loop | ek loop |
| jij loopt | jy loop |
| hij loopt | hy loop |
| wij lopen | ons loop |
Je ziet dat het werkwoord loop in het Afrikaans steeds hetzelfde blijft. In het Nederlands verandert het werkwoord: loop, loopt en lopen.
Wat moet je hierover opschrijven?
Beantwoord deze vragen in je eigen woorden:
- Wat valt je op als je de Nederlandse vormen vergelijkt met de Afrikaanse vormen?
- Waarom zou Afrikaans voor Nederlandse leerlingen soms makkelijker kunnen lijken?
- Denk nu andersom: waarom zou Nederlands voor iemand die Afrikaans spreekt juist lastig kunnen zijn?
- Noem één Afrikaanse zin en schrijf de Nederlandse betekenis erbij.
Voorbeeld:
| Afrikaans | Nederlands |
|---|---|
| Ek loop skool toe. | Ik loop naar school. |
Wist je dat? Valse vrienden!
Sommige Afrikaanse woorden lijken op Nederlandse woorden, maar betekenen iets anders. Zulke woorden noem je valse vrienden.
Een voorbeeld:
| Afrikaans | Betekenis in het Nederlands |
|---|---|
| amper | bijna |
Dat is verwarrend, want in het Nederlands betekent amper juist: bijna niet.
Als een Zuid-Afrikaan zegt:
Ek is amper klaar.
Dan bedoelt hij:
Ik ben bijna klaar.
Een Nederlander zou misschien denken dat hij nog lang niet klaar is. Dat maakt taal juist spannend: woorden kunnen bekend lijken, maar toch iets anders betekenen.
Taak 1 - opdracht 3: zoek een valse vriend
Zoek zelf minimaal één Afrikaans woord dat op een Nederlands woord lijkt, maar iets anders betekent.
Maak een tabel:
| Afrikaans woord | Wat denk je eerst dat het betekent? | Wat betekent het echt? |
|---|---|---|
| amper | bijna niet | bijna |
| ... | ... | ... |
Schrijf daarna kort op waarom zo’n woord verwarrend kan zijn.
Eindproduct bij taak 1
Aan het einde van deze taak heb je drie onderdelen gemaakt:
-
Een Afrikaans-Nederlands woordenlijstje
Met minimaal tien woorden. -
Een korte taalvergelijking
Over het verschil tussen Nederlandse en Afrikaanse werkwoordsvormen. -
Een voorbeeld van een valse vriend
Met uitleg waarom het woord verwarrend kan zijn.
Controleer jezelf bij taak 1
| Controlepunt | Klaar? |
|---|---|
| Ik heb minimaal tien Afrikaanse woorden opgezocht. | ☐ |
| Ik heb bij elk woord de Nederlandse betekenis gezet. | ☐ |
| Ik heb bij vijf woorden uitgelegd waarom ik ze opvallend, logisch of grappig vind. | ☐ |
| Ik heb uitgelegd waarom Afrikaanse werkwoorden soms eenvoudiger lijken dan Nederlandse. | ☐ |
| Ik heb nagedacht waarom Nederlands voor een Afrikaanssprekende lastig kan zijn. | ☐ |
| Ik heb minstens één valse vriend gevonden. | ☐ |
| Ik heb alles in mijn eigen woorden opgeschreven. | ☐ |
< terug naar boven >
Taak 2: Sporen in de Kaap
Wat ga je onderzoeken?
Nu ga je terug in de tijd. Hoe komt het eigenlijk dat er in Zuid-Afrika een taal wordt gesproken die op Nederlands lijkt?
In 1652 kwam Jan van Riebeeck aan bij de Kaap. Hij werkte voor de VOC. Dat was de Verenigde Oost-Indische Compagnie, een Nederlandse handelsorganisatie. Schepen van de VOC voeren tussen Nederland en Azië. Die reis duurde heel lang. Daarom hadden de schepen onderweg een plek nodig om vers water, voedsel en andere voorraden te krijgen.
De Kaap was daarvoor een handige plek. Daar ontstond een verversingspost. Later kwamen er steeds meer mensen wonen. Zo werd de Nederlandse invloed aan de Kaap groter.
Ook het Kasteel de Goede Hoop hoort bij die geschiedenis. Het werd gebouwd als verdedigingswerk en als centrum van de Nederlandse aanwezigheid aan de Kaap.
Veel later trokken groepen Boeren, afstammelingen van Nederlandse kolonisten, verder het binnenland in. Die tocht noemen we de Grote Trek.
Taak 2 - opdracht 1: onderzoek vier onderwerpen
Onderzoek de volgende vier onderwerpen. Schrijf je antwoorden kort en duidelijk op.
| Onderwerp | Vragen die je moet beantwoorden |
|---|---|
| Jan van Riebeeck |
Wie was hij? Wanneer kwam hij aan bij de Kaap? Voor wie werkte hij? |
| De VOC |
Wat betekent VOC? Waarom voeren VOC-schepen langs Zuid-Afrika? Waarom was een verversingspost handig? |
| Kasteel de Goede Hoop |
Waar ligt dit kasteel? Waarom werd het gebouwd? Wat kun je er tegenwoordig nog van zien? |
| De Grote Trek |
Wie waren de Boeren? Waarom trokken zij het binnenland in? Wat had deze trek te maken met de geschiedenis van Zuid-Afrika? |
Taak 2 - opdracht 2: maak een tijdlijn
Maak een korte tijdlijn met minimaal vier gebeurtenissen. Je mag de voorbeelden hieronder gebruiken, maar probeer zelf betere jaartallen en gebeurtenissen op te zoeken.
| Jaar | Gebeurtenis |
|---|---|
| 1652 | Jan van Riebeeck komt aan bij de Kaap. |
| later | De VOC bouwt een verversingspost. |
| later | Kasteel de Goede Hoop wordt gebouwd. |
| 1800-tijd | De Grote Trek vindt plaats. |
Taak 2 - opdracht 3: beantwoord de denkvraag
Beantwoord deze vraag in je eigen woorden:
Waarom is het logisch dat het Afrikaans is ontstaan in Zuid-Afrika, terwijl Zuid-Afrika zo ver van Nederland ligt?
Schrijf minimaal vijf zinnen. Gebruik daarbij woorden als: VOC, Kaap, kolonisten, Nederlands en Afrikaans.
Eindproduct bij taak 2
Maak een korte historische uitleg met:
- een tijdlijn;
- een uitleg over Jan van Riebeeck en de VOC;
- een uitleg over Kasteel de Goede Hoop;
- een uitleg over de Grote Trek;
- een antwoord op de denkvraag.
Controleer jezelf bij taak 2
| Controlepunt | Klaar? |
|---|---|
| Ik heb uitgelegd wie Jan van Riebeeck was. | ☐ |
| Ik heb uitgelegd wat de VOC was. | ☐ |
| Ik heb uitgelegd waarom de Kaap belangrijk was voor VOC-schepen. | ☐ |
| Ik heb iets geschreven over Kasteel de Goede Hoop. | ☐ |
| Ik heb iets geschreven over de Grote Trek. | ☐ |
| Ik heb een tijdlijn met minimaal vier gebeurtenissen gemaakt. | ☐ |
| Ik heb de denkvraag in minimaal vijf zinnen beantwoord. | ☐ |
< terug naar boven >
Taak 3: Een land van veel talen
Wat ga je onderzoeken?
Zuid-Afrika is veel meer dan alleen Afrikaans. Het land had lange tijd 11 officiële talen. Sinds 2023 is ook Zuid-Afrikaanse Gebarentaal officieel erkend. Daarom heeft Zuid-Afrika tegenwoordig 12 officiële talen.
Afrikaans is dus maar één van die talen. Andere talen zijn bijvoorbeeld Zoeloe, Xhosa, Sotho en Engels.
Na de tijd van apartheid wilde Nelson Mandela dat Zuid-Afrika een land zou worden waarin alle mensen meetellen. Hij sprak over Zuid-Afrika als een Regenboognatie. Daarmee bedoelde hij: een land met veel verschillende groepen, talen, culturen en achtergronden, die samen één land vormen.
Taak 3 - opdracht 1: zoek de officiële talen op
Zoek de officiële talen van Zuid-Afrika op. Let goed op: sommige bronnen noemen nog 11 officiële talen, maar nieuwere bronnen noemen 12 officiële talen.
Maak daarna een tabel zoals deze:
| Taal | Wordt vooral gesproken door / in | Eén begroeting of woord |
|---|---|---|
| Afrikaans | ... | Hallo |
| isiZulu / Zoeloe | ... | ... |
| isiXhosa / Xhosa | ... | ... |
| ... | ... | ... |
Taak 3 - opdracht 2: kies drie talen
Kies daarna drie officiële talen uit Zuid-Afrika. Eén daarvan mag Afrikaans zijn, maar dat hoeft niet.
Schrijf per taal:
- Hoe heet de taal?
- Door welke groep of in welk deel van Zuid-Afrika wordt de taal veel gesproken?
- Kun je één woord of begroeting in die taal vinden?
- Wat vind je opvallend aan deze taal?
Taak 3 - opdracht 3: onderzoek Nelson Mandela en de Regenboognatie
Beantwoord de volgende vragen:
- Wie was Nelson Mandela?
- Wat was apartheid?
- Waarom was het bijzonder dat Mandela president werd?
- Wat betekent de naam Regenboognatie?
- Waarom past die naam goed bij een land met veel officiële talen?
Taak 3 - opdracht 4: denk goed na
Zuid-Afrika heeft een geschiedenis met veel ongelijkheid. Daarom is het belangrijk om niet alleen naar Nederlandse sporen te kijken. Het land heeft ook een eigen Afrikaanse geschiedenis, met veel verschillende volken, talen en culturen.
Schrijf een kort antwoord op deze vraag:
Waarom zou het verkeerd zijn om Zuid-Afrika alleen te bekijken als een land waar je nog Nederlandse sporen kunt vinden?
Schrijf minimaal vijf zinnen.
Eindproduct bij taak 3
Maak een overzicht met:
- de officiële talen van Zuid-Afrika;
- drie talen die je extra hebt onderzocht;
- een korte uitleg over Nelson Mandela;
- een uitleg van het woord Regenboognatie;
- je antwoord op de denkvraag.
Controleer jezelf bij taak 3
| Controlepunt | Klaar? |
|---|---|
| Ik heb opgezocht hoeveel officiële talen Zuid-Afrika tegenwoordig heeft. | ☐ |
| Ik heb een tabel gemaakt met officiële talen. | ☐ |
| Ik heb drie talen extra onderzocht. | ☐ |
| Ik heb uitgelegd wie Nelson Mandela was. | ☐ |
| Ik heb uitgelegd wat apartheid was. | ☐ |
| Ik heb uitgelegd wat Regenboognatie betekent. | ☐ |
| Ik heb de denkvraag in minimaal vijf zinnen beantwoord. | ☐ |
< terug naar boven >
Taak 4: De reisgids-check
Wat ga je onderzoeken?
In Zuid-Afrika vind je nog steeds plaatsen, rivieren en gebieden met namen die Nederlands of Afrikaans aandoen. Sommige namen herken je misschien meteen. Denk aan:
- Stellenbosch
- Franschhoek
- Johannesburg
- Oranjerivier
- Kaapstad
- Robbeneiland
In deze taak word je een reisgids. Je onderzoekt welke sporen van het Nederlands of Afrikaans je op de kaart van Zuid-Afrika kunt vinden. Daarna kijk je wat er tegenwoordig op die plaatsen te zien of te doen is.
Taak 4 - opdracht 1: kies plaatsen of gebieden
Kies minimaal vier plaatsen of gebieden in Zuid-Afrika met een naam die Nederlands of Afrikaans klinkt. Je mag kiezen uit de voorbeelden hierboven, maar je mag ook zelf andere namen zoeken.
Maak per plaats een kort reisgidskaartje. Gebruik dit schema:
| Plaats of gebied | Waar ligt het? | Waarom past de naam bij deze webkwestie? | Wat kun je er nu doen of zien? |
|---|---|---|---|
| Stellenbosch | ... | De naam klinkt Nederlands/Afrikaans. | Bekend om wijn, oude gebouwen en universiteit. |
| Franschhoek | ... | ... | ... |
| ... | ... | ... | ... |
Taak 4 - opdracht 2: gebruik een kaart
Zoek de plaatsen op een kaart van Zuid-Afrika.
Doe daarna dit:
- Zet de plaatsen op een kaart of maak een eenvoudige schetskaart.
- Schrijf bij elke plaats het nummer van je reisgidskaartje.
- Zorg dat iemand anders kan zien waar de plaatsen ongeveer liggen.
Je kaart hoeft niet perfect te zijn. Het gaat erom dat je laat zien waar de plaatsen in Zuid-Afrika liggen.
Taak 4 - opdracht 3: maak een mini-reisroute
Stel je voor dat je een reis door Zuid-Afrika mag maken langs drie van jouw gekozen plaatsen.
Schrijf een kort reisplan. Beantwoord daarin deze vragen:
- Waar begin je?
- Welke drie plaatsen bezoek je?
- Waarom kies je juist die plaatsen?
- Wat leer je daar over taal, geschiedenis of cultuur?
Voorbeeld:
Mijn reis begint in Kaapstad. Daarna bezoek ik Stellenbosch, omdat daar oude gebouwen en Nederlandse namen te vinden zijn. Vervolgens ga ik naar Franschhoek, waar je iets leert over Franse en Nederlandse invloeden. Tot slot kies ik Robbeneiland, omdat dit belangrijk is voor de geschiedenis van Nelson Mandela en Zuid-Afrika.
Eindproduct bij taak 4
Maak een kleine reisgids met:
- minimaal vier plaatsen of gebieden;
- bij elke plaats een korte uitleg;
- een kaart of schetskaart;
- een mini-reisroute langs drie plaatsen.
Controleer jezelf bij taak 4
| Controlepunt | Klaar? |
|---|---|
| Ik heb minimaal vier plaatsen of gebieden gekozen. | ☐ |
| Ik heb per plaats uitgelegd waar die ligt. | ☐ |
| Ik heb uitgelegd waarom de naam past bij deze webkwestie. | ☐ |
| Ik heb beschreven wat je er tegenwoordig kunt doen of zien. | ☐ |
| Ik heb een kaart of schetskaart gemaakt. | ☐ |
| Ik heb een mini-reisroute langs drie plaatsen geschreven. | ☐ |
< terug naar boven >
Wat lever je aan het einde in?
Aan het einde van de verwerking heb je vier onderdelen gemaakt:
-
Een Afrikaans-Nederlands woordenlijstje
Met minimaal tien woorden en een korte uitleg bij vijf opvallende woorden. -
Een historische tijdlijn
Over Jan van Riebeeck, de VOC, Kasteel de Goede Hoop en de Grote Trek. -
Een talenoverzicht van Zuid-Afrika
Met de officiële talen, drie extra onderzochte talen en een uitleg over de Regenboognatie. -
Een kleine reisgids van Zuid-Afrika
Met plaatsen die Nederlandse of Afrikaanse sporen laten zien.
Klaar? Controleer jezelf
Gebruik deze checklist voordat je je werk inlevert.
| Controlepunt | Klaar? |
|---|---|
| Ik heb minimaal tien Afrikaanse woorden opgezocht. | ☐ |
| Ik heb uitgelegd waarom sommige Afrikaanse woorden op Nederlandse woorden lijken. | ☐ |
| Ik heb een tijdlijn gemaakt over de geschiedenis aan de Kaap. | ☐ |
| Ik kan uitleggen waarom de VOC belangrijk was voor dit onderwerp. | ☐ |
| Ik heb de officiële talen van Zuid-Afrika opgezocht. | ☐ |
| Ik heb uitgelegd wat de Regenboognatie betekent. | ☐ |
| Ik heb minimaal vier plaatsen in Zuid-Afrika onderzocht. | ☐ |
| Ik heb een kaart of schetskaart gemaakt. | ☐ |
| Ik heb mijn antwoorden in mijn eigen woorden geschreven. | ☐ |
| Ik heb gecontroleerd of mijn werk netjes en duidelijk is. | ☐ |
De grote vraag
Als je alle taken hebt gemaakt, kun je antwoord geven op de hoofdvraag van deze webkwestie:
Waarom klinkt Zuid-Afrika soms zo vertrouwd, terwijl het toch aan de andere kant van de wereld ligt?
Schrijf je antwoord in minimaal acht zinnen. Gebruik voorbeelden uit minimaal drie taken.
< terug naar boven >