VERWERKING

Stappenplan.
1. Brainstormen.
Dit betekent dat je alle ideeën die je
hebt over een klassenfeest (dus waar denk je aan als je het woord klassenfeest
hoort?) op schrijft op een groot vel papier. Je moet aan van alles denken:
muziek, eten en drinken, activiteiten etc.
2.
Enquête in de klas.
Je gaat nu een enquête maken voor de
klas. Daarin stel je allerlei vragen om te weten te komen wat de kinderen uit de
klas het leukst/lekkerst vinden. Een voorbeeldvraag:
Wat voor drinken vind je het lekkerst?
- Cola Sinas
- 7-up
- sinaasappelsap
- appelsap
- iets anders, namelijk…………
Je bedenkt dus vragen die met eten en
drinken, activiteiten en met muziek, thema bijv. te maken hebben.
De enquêteur bekijkt de ingevulde
enquêtes en maakt hier een overzichtje van (je kunt hiervoor altijd de
leerkracht vragen om je hierbij te helpen!).
3.
Plan maken.
Je gaat aan de hand van de resultaten van
de enquêtes een plan maken. Wat gaan we doen. Je maakt een duidelijke
tijdsindeling. Er wordt ook opgeschreven wat er allemaal gedaan moet worden.
Denk o.a. aan : welke muziek gaan we draaien, hoeveel eten/drinken, welke
spelletjes etc. De leider schrijft dit allemaal op.
4. Kostenberekening
maken.
Zo,
nu weet je wat je wilt gaan doen. Dan ben je al een heel eind. Maar nu ga je
eerst kijken hoeveel geld het allemaal gaat kosten. Je gaat een soort van
onderzoekje doen, waar je de verschillende producten het goedkoopst kunt kopen.
Je kunt bij de infobronnen een aantal sites vinden van verschillende
supermarkten. Daar kun je elke week zien wat er in de aanbieding is.
Elk kind gaat naar een supermarkt en
neemt een lijstje mee, om op te schrijven hoeveel het allemaal kost. Als
iedereen zijn lijstje van de supermarkt heeft, gaan jullie kijken waar je welke
producten het goedkoopst kunt kopen. De bankdirecteur typt dit lijstje uit.
5. Taken verdelen.
De leider gaat samen met de bankdirecteur
de boodschappen doen. Jullie weten nu dus waar je de boodschappen het beste kunt
doen!
De enquêteur gaat de spelletjes
uitwerken (bijv. voor een blinddoek zorgen, dobbelsteen opzoeken etc. )
De versierder zorgt voor de
versiering (dat past in het thema).
Als je met je taak eerder klaar bent dan
een ander, dan ga je kijken of je hem/haar kunt helpen.
Het is namelijk niet de bedoeling dat de
een heel lang bezig is en de ander heel snel klaar is.
6. Taken uitvoeren.
Iedereen gaat zijn of haar taak
uitvoeren. Als het niet lukt, dan ga je naar de leider toe. De leider houdt in
de gaten of alles goed loopt. Gaat het echt niet goed, dan moet de leider
iedereen bij elkaar roepen en moet er overlegd worden wat er moet veranderen.
7. Overleg met groepje.
Als iedereen alles af heeft, gaan jullie
kijken of alles echt klaar is, of dat er nog wat moet gebeuren. Moet er nog wat
gebeuren, dan verdelen jullie de taken weer.
Jullie zorgen dat alles netjes is
uitgetypt, dat alle materialen aanwezig zijn, zodat de enquêteur, samen met de
leider naar de leerkracht kunnen gaan om te vertellen wat de bedoeling is.
8. Overleg leerkracht.
Jullie overleggen met de leerkracht of
jullie plan goed is. De leerkracht zal misschien nog wat tips/advies geven en
dan kun je dat nog gaan veranderen.
9. Het feest.
Je mag nu de klas gaan vertellen wanneer
het feest zal plaatsvinden. Ook mag je het thema verklappen, zodat iedereen evt.
verkleed kan komen. Vertel verder niks, zodat het nog een verrassing blijft.
Zorg dat je zelf ruim van tevoren op het
feest bent, om alles klaar te zetten.
Tijdens het feest houden jullie je aan de
tijdsindeling, zodat niet alles in de soep kan lopen.
10. Nabespreking in de
klas.
Het was natuurlijk een geweldig feest!
Maar misschien waren er nog een paar dingen die nog beter konden. Daarom houden
jullie in de klas een gesprek over het feest. De andere kinderen mogen dan
vertellen wat ze ervan vonden en misschien wat nog beter kan. Ook de leerkracht
mag vertellen wat hij goed en minder goed vond aan het feest.
We hopen
dat jullie nu aan de slag kunnen en
dat jullie
een fantastisch feest zullen organiseren!!!!!
|