Werkwijze
Volg deze stappen precies. Dan lukt de opdracht zonder dat je steeds iets aan de juf of meester hoeft te vragen.
Stap 1 – Kies je eindproduct (2 minuten)
Jullie kiezen samen:
A. Kijkdoos (knutselen met karton en materiaal)
B. Digitale poster (op de computer)
Spreek af wie wat doet. Schrijf jullie keuze bovenaan op een blaadje of in jullie document.
Stap 2 – Verdeel de taken (2 minuten)
Maak nu meteen deze verdeling:
Leerling 1: Wonen + Eten
Leerling 2: Werken + School
Tip: Jullie helpen elkaar later, maar nu zoekt ieder eerst zijn/haar eigen antwoorden.
Stap 3 – Onderzoek: kijk en lees (15–25 minuten)
Gebruik de bronnen op de pagina 4. Bronnen.
Werk zo:
1) Kijk één video of lees één tekst.
2) Schrijf daarna meteen de belangrijkste informatie op.
3) Ga pas daarna naar de volgende bron.
Schrijf bij elke bron (heel kort):
✔ Bron: (bijv. Schooltv / Canon / museumfoto)
✔ Wat leerde ik? (2–4 zinnen)
Let op: Schrijf in je eigen woorden. Niet kopiëren en plakken.
Stap 4 – Antwoorden maken op de 4 vragen (10–15 minuten)
Maak nu de vier kopjes en schrijf er antwoorden onder:
1. Wonen
2. Werken
3. School
4. Eten
Controleer of elk antwoord minimaal dit bevat:
✔ Wat? (Wat gebeurde er?)
✔ Waarom? (Waarom was dat zo?)
✔ Voorbeeld (Noem iets concreets)
Stap 5 – De “kist” invullen: kies 3 voorwerpen (10 minuten)
Kies minstens 3 voorwerpen die passen bij het leven in het veen.
Bij elk voorwerp schrijf je een label (kort!):
✔ Naam voorwerp
✔ Waarvoor gebruikt? (1 zin)
✔ Waarom belangrijk? (1 zin)
Voorbeelden (je mag deze gebruiken, maar je mag ook andere kiezen):
turfspade / mand of kruiwagen / turfblok / olielamp / wateremmer / broodzak / klompen / lappen deken / pannetje
Stap 6 – Ontwerp (schets) maken (10 minuten)
Maak eerst een schets voordat je gaat bouwen of maken.
Als je een kijkdoos kiest:
Teken waar de plaggenhut komt, waar het veen is, waar de mensen werken en waar de labels komen.
Als je een digitale poster kiest:
Maak een indeling met 4 vakken (Wonen, Werken, School, Eten) en een plek voor de 3 voorwerpen.
Stap 7 – Maken (25–45 minuten)
Kijkdoos:
1) Maak de doos en de achtergrond (veen/weg/lintbebouwing).
2) Bouw de plaggenhut (karton, papier, takjes, mos).
3) Maak de 3 voorwerpen en zet labels erbij.
4) Zorg dat je kijkdoos stevig is en netjes afgewerkt.
Digitale poster:
1) Zet een duidelijke titel bovenaan.
2) Vul de 4 vakken met korte teksten in eigen woorden.
3) Voeg passende afbeeldingen toe (met bron erbij).
4) Zet de 3 voorwerpen erbij met labels.
Stap 8 – Controlelijst (5 minuten)
Loop dit lijstje na. Alles moet “ja” zijn:
✔ Hebben we alle 4 vragen beantwoord?
✔ Hebben we minstens 3 voorwerpen met labels?
✔ Hebben we minstens 2 bronnen gebruikt?
✔ Is alles in eigen woorden?
✔ Ziet het er netjes en verzorgd uit?
✔ Staat er ook 1 vergelijking in: nu vs. toen?
Stap 9 – Presenteren (1–2 minuten)
Vertel:
1) In één zin waar jullie werk over gaat.
2) Eén ding over wonen/werken/school/eten dat je het meest verbaasde.
3) Sluit af met:
“Met dit leven zou ik niet willen ruilen, omdat…”
Tip: Als jullie vastlopen, ga dan terug naar stap 3 (bron opnieuw bekijken) en stap 4 (antwoorden aanvullen). In bijna alle gevallen staat het antwoord in de bronnen.